SpDrS60 Paneel
Overzicht van het paneel
Terug naar Handleiding en Tips Sp Dr S 60
Het paneel bestaat uit kleine tegels welke schematisch het verantwoordelijkheidsgebied van de treinsdienstleider presenteren. Achter deze kleine tegels zitten lampjes die van status veranderen om verschillende toestanden aan te geven. Sporen, seinen, wissels, spoorwegovergangen worden alle gepresenteerd met verschillende kleuren lampjes en kunnen aan of uitgeschakeld zijn.
Deze lampen zijn niet onfeilbaar en kunnen defect zijn. Het paneel kan dus een verkeerd beeld geven ten aanzien van de werkelijkheid.
Vier soorten knoppen worden gebruikt:
- zwarte knoppen (1)
- grijze knoppen (2)
- grijze knoppen met een rode stip (3)
- grijze knoppen met een gele stip (niet getoond; alleen Bonn)
De zwarte knoppen worden bijvoorbeeld gebruikt voor handmatig omleggen van wissels. Ze worden echter zelden gebruikt.
Grijze knoppen worden gebruikt voor het instellen van rangeerrijwegen. De knoppen met een rode stip worden gebruikt voor het instellen van de treinrijwegen.
Knoppen met een gele stip worden gebruikt voor bijzondere handelingen in combinatie met overwegen.
De knoppen kunnen alleen worden ingedrukt. Ze kunnen niet worden getrokken of gedraaid zoals het geval is met andere bedieningspanelen.
De paneel magneten (4) hebben geen bedienende functie, maar zijn een informatief hulpmiddel voor de treindienstleider. De verschillende magneetjes kunnen een treindienstleider er bijvoorbeeld aan herinneren dat een spoor buiten dienst is, de bovenleiding uitgeschakeld is etcetera. De magneten liggen in werkelijkheid, indien ongebruikt, keurig in de bureaulade van de treindienstleider. Uitsluitend om simulatie-technische redenen zijn ze direct te selecteren en te plaatsen vanaf het paneel.
Voor het geval dat een knop op het paneel echt NIET ingedrukt mag worden, kan de treindienstleider rode gevaarkappen over de bedieningsknoppen plaatsen. Voor het plaatsen van een rode gevaarkap gebruik je functietoets F5 en daarna de te beschermen drukknop. Verwijderen doe je met functietoets F6 en vervolgens op de gevaarkap die weg mag.
Rijwegen
In de stations moet er de mogelijkheid zijn om van spoor te veranderen. Tenslotte rijden niet alle treinen in dezelfde richting. Dit gebeurt met wissels en kruisingen. Er moet echter worden voorkomen dat twee treinen in één blok samen komen of tegenover elkaar komen te staan. Ook moet worden voorkomen dat wissels onder de trein kunnen worden omgelegd. Bovendien moet weer zeker gesteld worden, dat de trein voldoende remweg ter beschikking heeft. Dit wordt bij de spoorwegen geregeld door “een rijweg in te stellen en vast te leggen” voor een trein.
Deze methode moet garanderen dat:
- Wissels vastliggen totdat de trein volledig voorbijgereden is
- Overwegen tijdig gesloten zijn en blijven, totdat de trein volledig voorbijgereden is
- Treinen uit een tegengestelde richting op hetzelfde spoor uitgesloten zijn
- Bruggen gesloten en vergrendeld zijn
- Het spoor vrij van spoorvoertuigen is
(er zijn nog meer condities, maar we willen het nu niet te technisch maken)
Het beveiligingssysteem bewaakt automatisch of u het goed doet. Als u een strijdige rijweg in wilt stellen, wordt dat simpelweg genegeerd.
Belangrijk: In Duitsland worden twee soorten rijwegen onderscheiden: treinrijwegen en rangeerrijwegen
Treinrijwegen
Dit zijn de rijwegen voor treinen. Een trein is een samenstelling van spoorvoertuigen met ten minste één aangedreven voertuig (locomotief of motorwagen). Tussen de stations rijden treinen meestal op de "vrije baan". Treinen hebben altijd een dienstregeling en hebben altijd een treinnummer.
Aangezien treinen meestal met hogere snelheden mogen rijden, worden door de wetgever hogere veiligheidseisen gesteld met betrekking tot de bedrijfszekerheid ten gunste van de treinen. Meestal betekent dit dat een flankprotectie nodig is en de rijweg "afgebakend" is om potentiële gevaarlijke situaties te voorkomen. Een machinist kan aan een hoofdsein zien dat dat hij als treinbeweging over een rijweg wordt geleidt, als het betreffende hoofdsein het seinbeeld Hp 1 of Hp 2 toont.
Voor treinbewegingen moet dus een treinrijweg worden ingesteld. Dit gebeurt door het drukken van de knoppen met de rode stip, van hoofdsein naar hoofdsein. Treinrijwegen verlangen ook een zogenaamde doorschietweg na het laatste hoofdsein.
Opmerking: Bij het "inlopen" van een treinrijweg, zal de rijweg aaanvankelijk inlopen op het veiligheidsniveau van rangeerrijwegen. Als alles juist is ingelopen en vergendeld, zal naast het hoofdsein een vierkante indicator oplichten. Op dat moment is het veiligheidsniveau van de ingestelde rijweg opgeschaald naar "treinrijweg"
Rangeerrijwegen
Rangeerbewegingen zijn de treinbewegingen van spoorvoertuigen die NIET volgens een dienstregeling rijden. Rangeerbewegingen vinden plaats met snelheden van ten hoogste 25 km/h en "op zicht". Dit betekent dat de machinist zelf moet vaststellen (door uit het raam te kijken) of het spoor vrij is en veilig berijdbaar is.
Voor alle bewegingen anders dan treinbewegingen , moet een rangeerwijweg worden ingesteld. (van sein naar sein met behulp van de grijze knoppen)