Rangeeropdrachten venster

From SignalWiki
Jump to navigation Jump to search

Terug naar Handleiding en Tips Sp Dr S 60

Rangeeropdrachten venster

<<afbeelding invoegen>>

Het rangeeropdrachtenvenster heeft de volgende onderdelen:

  • A. Lijst met treinnummers
  • B. Aantal geldige opdrachten voor die trein
  • C. Aantal voorbereide opdrachten voor die trein
  • D. Bewerkingsgedeelte
  • E. Afbreek knop
  • F. Accepteer knop
  • G. Voeg nieuwe opdracht toe onder aan de lijst
  • H. Verwijder opdracht uit de lijst
  • J. Wijzig opdracht
  • K. Inzien lijst geldige opdrachten
  • L. Inzien lijst met voorbereide opdrachten
  • M. Lijst met opdrachten
  • N. Geef lijst met voorbereide opdrachten aan assistent treindienstleider. Hij draagt zorg voor de overdracht aan de machinist.
  • P. Wijzig volgorde van gekozen opdracht in de lijst van voorbereide opdrachten

Je zult merken dat de verschillende knoppen geactiveerd/gedeactiveerd zijn al naar gelang de mogelijkheden die je hebt.

Rangeeropdrachten

De beschikbare rangeeropdrachten zijn afhankelijk van de simulatie. Sommige rangeeropdrachten hebben werken dus niet in bepaalde simulaties.

Omnummeren

<<afbeelding invoegen>>

Materieel gaat over van een trein in een andere. De opdracht “omnummeren” houdt in, dat de groep met voertuigen op dat moment een ander treinnummer of naam krijgt. Als dit treinnummer een nummer is dat in de dienstregeling voorkomt, zal de trein de dienstregeling gegevens en rangeeropdrachten automatisch overnemen.

Indien je omnummert naar een 99xxx nummer, zal de trein de dienstregeling gegevens overnemen. De 99xxx nummer serie is bedoeld voor plaatsvervangende en extra treinen die in de loop van de “originele trein” moeten lopen.

Zodra je de rangeeropdracht klaar hebt, moet je de groene accepteerknop drukken. Als die knop niet actief is, heb je ongeldige of onjuiste gegevens ingegeven. Als je de rangeeropdracht ongedaan wilt maken, kan je de knop drukken met het rode kruis.

Omnummeren en dienstregeling toewijzen

<<afbeelding invoegen>>

Je hebt de mogelijkheid een trein om te nummeren en direct een dienstregeling toewijzen. Deze mogelijkheid moet je gebruiken, als je een extra trein inlegt tussen twee stations of naar een buurstation. Als je geen dienstregeling toewijst, zal het treinnummer-systeem de trein niet kennen en kunnen je collega’s de trein niet verwerken.

Om een trein een dienstregeling toe te wijzen moet je de trein een treinnummer geven, een tijdtafel met een begin en eind station, het treintype en de vertrektijd van het beginstation. De vertrektijd hoeft niet later als “nu” te zijn. Maar een trein inleggen, die direct te laat is, is niet leuk voor je collega’s.

Als je alle gegevens ingevoerd hebt, moet je op de groene acceptatie knop drukken. Als die knop niet geactiveerd is, ben je nog iets vergeten.

Keren (Kopmaken)

<<afbeelding invoegen>>

Keren kan een trein overal op een spoor waar de trein vrij staat van de wissels. De reden is dat na het keren de machinist weer een sein moet kunnen zien om te kunnen gaan rijden.

Bij getrokken treinen wordt gesproken van “rijrichting keren” als de machinist op de locomotief blijft en een rangeerder de ogen en oortjes zijn van de machinist aan het einde van de trein. De trein rijdt als het ware achteruit. De machinist en rangeerder communiceren met elkaar door middel van hand tekens, terwijl de rangeerder aan de trein hangt, of er naast meeloopt.

Een getrokken trein kan keren, echter bedenk dat een geduwde trein een rangeerder aan het einde van de trein vereist en dus slechts met beperkte snelheid kan en mag rijden! Een trein mag nooit naar de vrije baan vertrekken als hij wordt geduwd (werktreinen is weer een ander verhaal).

Als je wilt dat een getrokken trein met volle snelheid in de andere richting rijdt, zit er niets anders op dan een andere locomotief ervoor te zetten of de eigen locomotief om de trein heen te laten rijden (zie daarvoor ontkoppelen/koppelen).

Bij een losse locomotief of treinstel wordt gesproken van “kopmaken”. De machinist loopt naar de andere cabine van de trein en bedient de trein vanuit de nieuwe cabine. Bij een locomotief gaat dit natuurlijk vrij snel. Het is snel lopen door de machine kamer en weer opbouwen. Bij treinstellen kan dit best wel langer duren. Als er door 8 “bakken” (=rijtuigen) gewandeld moet worden, gaat het snel een paar minuutjes duren voordat de trein de andere kant oprijdt. Houdt er ook rekening mee dat de machinist een remproef moet nemen in de nieuwe cabine (dit wordt allemaal berekend door de simulatie). Als een machinist over het perron loopt, gaat het ook wat sneller. Lopen in de ballast is wat lastiger.

Als rangeeropdracht geef je aan waar de machinist moet keren/kopmaken. Je kan dit doen per “locatie” of heel specifiek op een bepaald spoor. Een machinist rijdt dan op die locatie tot net achter het sein. Zodra de machinist tot stilstand komt gaat hij naar de andere cabine, of wacht hij op de rangeerder voor een teken om achteruit te rijden. Een machinist die naar een kopspoor rijdt en GEEN keer/kopmaakinstructie heeft, zal langzaam naar het einde van het spoor rijden, stoppen en dan automatisch keren omdat hij ook wel snapt dat het daar niet verder gaat. Zodra hij gekeerd is, blijft hij staan en zal niet oprijden naar het sein. Dit geeft je de gelegenheid nog een andere rangeerbeweging naar dat kopspoor te sturen.

Zodra je de rangeeropdracht klaar hebt, moet je de groene accepteerknop drukken. Als die knop niet actief is, heb je ongeldige of onjuiste gegevens ingegeven. Als je de rangeeropdracht ongedaan wil maken, kan je de knop drukken met het rode kruis.

Koppelen (Combineren)

<<afbeelding invoegen>>

Van “koppelen” wordt gesproken als bij getrokken treinen de koppelingshaak, luchtleidingen en verwarmingskabel aangesloten moeten worden.

Van “combineren” wordt gesproken indien treinstellen met elkaar worden gekoppeld door middel van de automatische koppeling.

Bedenk dat de koppelingen van het materieel aan elkaar moeten passen. DE II (Blauwe Engel) heeft een lagere koppeling dan Mat ’64! Probeer ook geen dieselloc zonder koppelwagen aan een Mat’ 64 te hangen. De machinisten zullen zulke blunder van treindienstleiders nooit vergeven.

Een instructie om te koppelen/combineren geeft u aan welke twee treinen met elkaar moeten koppelen op een bepaalde locatie of zelfs specifiek spoor en hoe het nieuwe treinnummer luidt. Ook moet u aangeven in welke richting de trein daarna zal verder rijden.

Houdt er rekening mee, dat na koppelen/combineren een remproef moet worden genomen. Op rangeerterreinen zal dit remproef nemen langer duren, omdat er bij treinstellen geen personeel beschikbaar is en bij getrokken treinen de rangeerder die koppelde langs de trein moet lopen.

Voor u als treindienstleider betekent dit, dat een trein niet direct wegrijdt na gekoppeld/gecombineerd te zijn.

U kunt maar één koppelopdracht geven in de lijst met opdrachten. U kunt na een koppelopdracht geen ontkoppelopdracht ingeven.

Zodra je de rangeeropdracht klaar hebt, moet je de groene accepteerknop drukken. Als die knop niet actief is, heb je ongeldige of onjuiste gegevens ingegeven. Als je de rangeeropdracht ongedaan wilt maken, kan je de knop drukken met het rode kruis.

Ontkoppelen (Splitsen)

<<afbeelding invoegen>>

Van ontkoppelen is sprake als bij een getrokken trein de stoomverwarmingsleiding/verwarmingskabel, luchtleidingen en koppelingshaak losgemaakt moeten worden.

Van splitsen is sprake als bij treinstellen de automatische koppeling wordt bediend.

Houdt er rekening mee dat na ontkoppelen /splitsen vaak ook een remproef noodzakelijk is. Dit is echter een kleine remproef die vrij snel gaat.

Je deelt een machinist mee op welke locatie of eventueel een specifiek spoor, waar hij moet ontkoppelen/splitsen. En tussen welke wagens ontkoppeld moeten worden. Bovendien welke twee nieuwe treinnummers gegeven worden en in welke richting beide treinen zullen gaan rijden.

<<afbeelding invoegen>> Als je op de “ontkoppelplaats” knop drukt (een knop met 2 nummers, in de afbeelding hierboven aangeduid als “2‐1”, krijg je een “ontkoppelvenster”. Daar kan je met een muisklik de positie bepalen waar ontkoppeld moet worden. De lichtrode pijl duidt aan, waar de ontkoppelplaats was, voor jouw veranderingen. Een echt rode pijl duidt het punt aan, waar je de nieuwe ontkoppelplaats hebt vastgelegd. Als je op “klaar” drukt, zal die positie worden overgenomen. De blauwe pijl volgt je muis en duidt op de plaats waar de rode pijl gezet wordt, als je met de linker muistoets klikt. Als je niets wilt wijzigen klik je op de positie waar de lichtrode pijl staat of drukt op klaar voordat je ergens een ontkoppelplaats geactiveerd heeft.

Je kunt maar één ontkoppelopdracht geven in de lijst met opdrachten. Je mag geen tweede ontkoppelopdracht in de lijst opnemen.

Zodra je de rangeeropdracht klaar hebt, moet je de groene accepteerknop drukken. Als die knop niet actief is, heb je ongeldige of onjuiste gegevens ingegeven. Als je de rangeeropdracht ongedaan wilt maken, kan je de knop drukken met het rode kruis.